De plaag van goedkoop, goedkoper, goedkoopst

Het lijkt het toverwoord voor ons brein. Goedkoop. Een spotprijs werkt nog immer als een magneet voor 95% van de consument. Maakt niet uit voor welke bedrijfstak, een koopje scoren doet wonderen voor je dopamineniveau. Dat het voor de producent rampzalige gevolgen kan hebben, deert ons consumenten niet zo. Genoeg voorbeelden in de kledingindustrie en om dichter bij mijn bedrijfstak te blijven uiteraard ook in de reis- en luchtvaartsector. De ene na de andere (low-cost) carrier tuimelt om omdat tickets vaak tegen belachelijk lage prijzen worden aangeboden. Best wel komisch dat consumentenorganisaties nu een garantiefonds willen oprichten voor passagiers die gedupeerd worden door failliete luchtvaartmaatschappijen, terwijl het dezelfde passagiers zijn die dat juist veroorzaakt hebben.

Gelukkig begint geleidelijk aan bij de politiek, toerisme industrie en zelfs bij menig consument te dagen dat tickets vaak echt té goedkoop zijn. Voor een prijs geboekt kunnen worden, die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt niet realistisch is. Daarmee heeft de luchtvaart met dat besef een stap voor op de reissector want ook daar is prijsdumping schering en inslag. Ook vakanties worden veel te vaak te goedkoop aangeboden. Tijdens mijn Nima A studie leerde ik dat je een product moet verkopen tegen een redelijke prijs omdat dat de continuïteit van een onderneming garandeert. De reissector heeft zichzelf een zeer slechte dienst bewezen door tot in het extreme te gaan prijs dumpen.

Waar oh waar is het verkeerd gegaan dat in onze perceptie de buitensporige prijs van een liter benzine ‘geaccepteerd’ wordt, terwijl een normale prijs voor een mooie vakantie door diezelfde Nederlander als duur wordt ervaren. De veldslag die in de reisindustrie plaatsvindt, heeft de sector in zekere zin over zichzelf uitgeroepen. Vakanties zo goedkoop mogelijk aanbieden. De winstmarges zijn flinterdun geworden waardoor op termijn alleen grote spelers overlevingskansen hebben. Zoals we een eerlijke prijs voor een liter melk, een stuk vlees en een T-shirt dienen te gaan betalen, zo moet de prijs van een vakantie ook weer naar een billijk niveau gebracht worden. De reissector moet weer een gezonde prijsstelling gaan hanteren zodat er onderaan de streep nog wat over blijft – een gezonde winstmarge.

De gesel van moderne bedrijfsvoering: goedkoop, goedkoper, goedkoopst

Kopen we uberhaupt nog iets zonder korting?

Waar goedkoop ook hoogtij viert, is het PR vak waarin wij werkzaam zijn. Verkeersbureaus en andere reisbedrijven schrijven tenders uit en in de voorwaarden stellen zij dat het laagste bod de winnaar is. Het overkwam ons recent wederom voor de zoveelste keer. Alsof we op een markt staan met vier andere groentenkraampjes en de klant toetert: ‘Wie heeft de goedkoopste bloemkolen?” In plaats van wie biedt de lekkerste, beste, gezondste, mooiste, grootste, etc. Goedkoop is vaak duurkoop want het bureau met de laagste prijs zal niet veel tijd en service gaan verlenen voor de goedkoop aangeboden diensten. Wanneer gaat het spreekwoordelijke kwartje vallen dat goedkoop niet altijd het beste is? Een nieuwe Lexus rijden voor de prijs van een Renault Twingo? Wishful thinking. Wij haken af bij dit soort aanbestedingen.

Ik heb net een nieuwe tv gekocht bij een speciaalzaak in Den Haag. Was 200 euro duurder dan de twee wit- en bruingoed giganten voor hetzelfde merk en type rekenen. Maar in de winkel kreeg ik koffie, mocht ik drie kwartier een spervuur van vragen op de verkoper afvuren, een verkoper die verduveld goed op de hoogte was van de technische aspecten,  die zinvolle vragen over onze thuisopstelling had, die niks aansmeerde, die voorstelde komt u volgende week gewoon weer eens kijken, die de tv niet alleen afleverde maar ook aan de muur bevestigde en die mij achterliet met het gevoel een gewaardeerde klant te zijn De méérprijs dubbel en dwars waard.